Onderwijs

Alle typen onderwijs
Het Wartburg College biedt alle schoolsoorten in het voortgezet onderwijs aan, verspreid over vijf locaties. Uitgangspunt bij de verdeling van de onderwijstypen over de gebouwen is dat leerlingen zo lang mogelijk op de dichtstbijzijnde locatie onderwijs kunnen volgen: twee tot drie jaar na het verlaten van de basisschool. Daarom hebben de meeste locaties een brede onderbouw. Voor de overstap naar de bovenbouw moeten leerlingen soms van locatie wisselen. We zorgen ervoor dat de doorstroom van deze leerlingen optimaal verloopt.

De brede scholengemeenschap biedt mogelijkheden om onderwijskundige ontwikkelingen gestalte te geven. Gezamenlijk werken de locaties aan een uitgekiend netwerk van leerwegen, zodat jongeren zo veel mogelijk onderwijs krijgen dat bij hen past.

De locaties zijn:

  • Guido de Brès in Rotterdam-IJsselmonde
  • Marnix in Dordrecht
  • Revius in Rotterdam-Prins Alexander
  • Beroepencollege De Swaef in Rotterdam-Zuid (Beroepencollege)
  • De Burcht in Rotterdam Zuid

In onderstaand schema wordt zichtbaar welke onderwijstypen een bepaalde locatie biedt en wanneer de eventuele doorstroom naar een andere locatie plaatsvindt.


Passend onderwijs
Met de invoering van Passend onderwijs vervallen de clusteraanduidingen. Voorlopig houden wij het nog bij de aanduiding cluster 4, omdat er nog geen eenduidig begrip is om deze groep leerlingen aan te duiden. Kinderen die vanuit het basisonderwijs instromen, komen vanaf augustus 2014 bij ons binnen met een (grote) ondersteuningsvraag met het oog op het behalen van hun diploma. Ze worden dus niet meer aangemeld met een indicatie. In veel gevallen is wel een bepaalde diagnose gesteld. Het is de taak van onze school om – in overleg met de ouders – te bepalen welke ondersteuning geboden kan worden.

Leerlingen met een ondersteuningsvraag op het gebied van gedrag of persoonlijkheid worden in principe geplaatst in reguliere groepen. In gevallen dat het onderwijs meer ondersteuning behoeft, zijn er op de locatie groepen met ondersteuning (satellietklassen), die zijn opgezet om hen een passende onderwijsomgeving aan te bieden. De groepen zijn bedoeld voor jongeren, die niet in staat zijn om te integreren in een gewone groep van het voortgezet onderwijs. In geval dat een heel specifieke onderwijsomgeving nodig is, kan worden aangemeld bij De Burcht. Klik hier voor informatie over toelating. Naast het normale lesprogramma dat past bij het schooltype (vmbo, havo, vwo) wordt ook het vak Burgerschap & Omgangskunde aangeboden bij  De Burcht.

Onderbouw en bovenbouw

De onderbouw
Scholen hebben de ruimte en de vrijheid om de leergebieden van de onderbouw zelf in te richten, zolang de kerndoelen maar worden gehaald. Het Wartburg College realiseert dit door een aanbod op basis van de gewone vakken. De afzonderlijke locaties hebben de ruimte om vakken samen te voegen. Daarbij zijn drie richtlijnen van de overheid van belang: samenhang tussen de leerstof, doorlopende leerlijnen en actieve betrokkenheid van de leerlingen bij het leerproces. De school geeft aandacht aan de oriëntatie op studie en beroep.

De bovenbouw havo, atheneum en gymnasium
In de Tweede Fase is er natuurlijk ook veel aandacht voor brede, algemene vorming, voor de verschillen tussen leerlingen en voor zelfstandig leren en werken. Leerlingen in havo-3, atheneum-3 en gymnasium-3 kiezen in de loop van het jaar uit vier profielen:

  • cultuur en maatschappij (C&M)
  • economie en maatschappij (E&M)
  • natuur en gezondheid (N&G)
  • natuur en techniek (N&T)

Het bovenbouwprogramma bestaat uit een algemeen deel, een profieldeel en een vrij deel. Als aanvulling heeft de school enkele modules apologetiek ingevoerd die de leerlingen moeten voorbereiden op het leven in de maatschappij. Als onderdelen van de studielast gelden ook de stageweek en de werkweek.
Alle bovenbouwjaren zijn examenjaren. Vanaf het vierde leerjaar tellen de cijfers mee voor het schoolexamen. In de Tweede Fase worden ook andere toetsvormen gebruikt, zoals praktische opdrachten of handelingsdelen.

Vmbo en mavo

Vmbo en mavo
Kenmerken van het vmbo zijn: aandacht voor brede ontwikkeling en vorming, nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de leerling, aandacht voor het aanleren van vaardigheden, goede inhoudelijke aansluiting van onder- en bovenbouw en een betere aansluiting op het vervolgonderwijs.

 Het vmbo kent vier leerwegen:

  • de basisberoepsgerichte leerweg (nadruk op praktijkvakken, bereidt voor op mbo-niveau 1 of 2);
  • de kaderberoepsgerichte leerweg (combinatie van theorie en praktijkvakken, bereidt voor op mbo-niveau 2, 3 of 4);
  • de gemengde leerweg (nadruk op theorie, maar wel gericht op bepaalde beroepsopleidingen, bereidt voor op mbo-niveau 3 of 4, op locatie Beroepencollege De Swaef is er een gemengde leerweg met meer aandacht voor praktijkvakken);
  • de theoretische leerweg/mavo (nadruk op theorie, richt zich nog niet op bepaalde beroepsopleidingen, bereidt voor op mbo-niveau 4 of havo 4).

Op Beroepencollege De Swaef hebben de basis- en kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg een eigen gezicht door de ontwikkeling van het Beroepencollege. Al vanaf klas 1 komen leerlingen met de beroepspraktijk in aanraking. Daarom spreken we daar over een Beroepencollege. Op locatie Guido de Brès wordt vanaf leerjaar 1 alleen nog de theoretische leerweg aangeboden, waarbij de focus ligt op de (cognitief) “sterkere” vmbo-leerling. Om die reden is er gekozen voor de aanduiding mavo. Klik hier voor meer informatie over mavo op locatie Guido de Brès.
Ook locatie Revius biedt mavo aan, bij hen kunnen leerlingen met een advies voor zowel de gemengde als de theoretische leerweg instromen. Bekijk hier meer informatie over mavo op locatie Revius.
Marnix biedt vmbo van basis tot en met theoretisch (met het profiel Dienstverlening & Producten).

Aan het eind van het tweede leerjaar maken leerlingen binnen elke leerweg een keuze voor een van de volgende profielen: Techniek (drie deelprofielen), Economie & Ondernemen, Zorg & Welzijn of Dienstverlening & Producten. In het derde en vierde leerjaar (de bovenbouw) krijgen zij dan algemeen vormende vakken, vakken die afhankelijk zijn van de gekozen sector én beroepsgerichte, praktische vakken. Binnen het Beroepencollege De Swaef kunnen leerlingen al aan het einde van leerjaar 1 een keuze maken. Het afsluitende examen (leerjaar 3 en 4) bestaat uit een schooldeel en een centraal gedeelte dat door de overheid is voorgeschreven. 

Leerwegondersteunend onderwijs
Lwoo is voor leerlingen die naar onze verwachting extra begeleiding nodig hebben om het vmbo af te sluiten met een diploma. Deze leerlingen moeten hiervoor  een zogenaamde aanwijzing voor hebben. Het lwoo heeft kleinere groepen en soms ook aangepaste lesmethodes. Op elke locatie kunnen leerlingen met lwoo instromen.

Praktijkonderwijs
Deze vorm van onderwijs, aangeboden op locatie Marnix, is voor leerlingen die ook met extra ondersteuning geen vmbo-diploma kunnen halen. Ze worden voorbereid op directe instroom op de arbeidsmarkt. Daarom is er veel aandacht voor sociale vaardigheden, voor het verkrijgen van een goede werkhouding en met name in de bovenbouw wordt tijd ingeruimd voor uitgebreide stages. Via het praktijkonderwijs kan een aantal leerlingen wel een diploma niveau 1 (van het mbo) behalen. Daardoor krijgen zij ook de mogelijkheid om door te stromen naar niveau 2 van het mbo.

Havo en vwo

Havo
Een havoleerling heeft naast zijn intellectuele aanleg ook vaak een praktische inslag. Het onderwijs kenmerkt zich door leerstof van hoog niveau met toepassingsgerichte opdrachten. Deze vijfjarige opleiding is een goede voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Ook is overstappen naar vwo-6 een mogelijkheid. Uiteraard zijn motivatie en inzet ook op de havo van belang.

Vwo
De zesjarige vwo-opleiding bereidt leerlingen voor op een studie op een universiteit. Uiteraard kun je met een vwo-diploma ook verder in het hbo. Een vwo-leerling is leergierig en op zoek naar diepere achtergronden van allerlei vraagstukken. Er wordt naast de gebruikelijke inzet ook een duidelijk beroep gedaan op het inzicht van leerlingen. In de onderbouw van het vwo kunnen leerlingen klassieke talen kiezen. Latijn en Grieks zijn vakken die meer inhouden dan je van een ‘dode taal’ zou verwachten. De verbanden met andere moderne vreemde talen worden door het volgen van deze vakken een stuk duidelijker. Ook dragen de klassieke talen bij aan een goed inzicht in de ontwikkelingsgesschiedenis van onze cultuur. Door hiervoor te kiezen, ontvang je een gymnasiumdiploma in plaats van een atheneumdiploma.

Engels op het Wartburg College

Tweetalig Onderwijs (tto)
Engels staat bij het Wartburg College hoog aangeschreven. De school versterkt het Engels van de leerlingen op meerdere manieren. Tweetalig onderwijs (tto) is een aparte stream binnen het vwo en wordt aangeboden op locatie Guido de Brès. De helft van de lesuren in een tto-klas wordt in het Engels gegeven. Klik hier voor alle informatie over tto.

Gymnasium-tto
Locatie Guido de Brès werkt met een gecombineerde gymnasium-tto-brugklas. Naast Latijn en Grieks wordt er in een apart curriculum aandacht besteed aan de klassieke oudheid en de betekenis voor onze cultuurgeschiedenis.
De vakken, in een aparte lessentabel, worden zodanig gevuld dat er voor leerlingen die meer kunnen én willen een uitdagende leeromgeving ontstaat, die aansluit bij hun ‘intelligente uitdaging’.

Versterkend talen onderwijs (véto)
In de onderbouw wordt op locaties Guido de Brès, Marnix en Revius ook een extra impuls gegeven aan het vak Engels. We noemen dit Versterkend Talen onderwijs (véto). Hier worden twee tot zes vakken in het Engels gegeven. Op Beroepencollege De Swaef doen we dit onder andere door leerlingen eens in de drie weken in contact te brengen met een ‘native speaker’. Tijdens dit moment wordt er alleen maar Engels gesproken aan de hand van een thema.

Thema's en doelen

 De speerpunten van ons onderwijsbeleid komen voort uit onze missie en visie en op de kansen en bedreigingen in de samenleving. Voor de komende jaren hebben we vijf speerpunten geformuleerd:

• De basis is op orde
• Karaktervorming, gemeenschapsvorming en eigenheid
• Christelijke leraarschap
• Ouders en school
• Leren in verbinding

De basis is op orde

Doel
Onze resultaten zijn bovengemiddeld

Een randvoorwaarde om te werken aan goed onderwijs is dat de basis op orde moet zijn. We voldoen aan de kwaliteitsstandaarden die door de Rijksoverheid worden gesteld. Dit betekent dat we geen zwakke sectoren hebben en dat onze opbrengsten als minimaal voldoende worden gewaardeerd. Daar bovenop streven we ernaar dat leerlingen prestaties leveren en willen we excelleren bevorderen. Het doel voor de komende jaren is dat onze resultaten boven het landelijk gemiddelde zijn.

Karaktervorming, gemeenschapsvorming en eigenheid

Doel
Leerlingen zijn toegerust en bereid om als christen te staan en te gaan in de 21e eeuw:
• We dragen bij aan het ontwikkelen van een christelijke identiteit
• We dragen bij aan de vorming van christelijk burgerschap
• We dagen uit tot het ontwikkelen van gaven en talenten

We zetten in op karaktervorming zodat de leerlingen getuigen kunnen zijn van Christus in woord en daad. Christen-zijn vraagt ook om het maken van keuzes. We willen jongeren het bewustzijn bijbrengen dat het leven complex is. Er zijn niet altijd kant-en-klare antwoorden voor handen. De ene keer is er sprake van actieve participatie en een andere keer van distantie (vreemdelingschap). Zaken als hoe je bent in contacten met andersdenkenden, hoe je omgaat met drugs, drank, seksualiteit, geld en media, duurzaamheid, gezond leven, maatschappelijk verantwoord ondernemen en creativiteit komen hierbij aan de orde.

We willen jongeren leren dat ze een groter doel dienen dan ze zelf zijn. We leggen bewust de verbinding tussen karaktervorming en gemeenschapszin zodat leerlingen zich de vraag leren stellen
‘wat kan ik voor de ander betekenen’. We dagen leerlingen uit zich in te zetten voor zichzelf en voor anderen. We helpen hen om te ontdekken wat hun gaven en talenten zijn. Erkennen van de eigenheid van iedere jongere bevordert leren en werken vanuit een intrinsieke motivatie. Daarbij houden we rekening met de verschillen tussen leerlingen en doen recht aan de mogelijkheden die iedere leerling heeft.

Christelijk leraarschap

Doel
Vakbekwame, christelijke leraren stimuleren en inspireren jongeren

Aandacht voor karaktervorming en gemeenschapsvorming kan niet zonder gerichte vorming van de leraren zelf. We hebben de komende jaren vooral aandacht voor de toerusting die leraren daarin zelf nodig hebben. Want juist de leraar maakt het verschil en is een beelddrager met wie leerlingen zich identificeren.

Ouders en school

Doel
Ouders en school steunen elkaar actief met het oog op onderwijs en opvoeding.

Betrokken ouders zijn essentieel voor de ontwikkeling van de leerling. Soms staat deze betrokkenheid onder druk. Als school verwachten en stimuleren we betrokkenheid van ouders op grond van de belofte die ouders zelf deden bij de doop en op basis van de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. Hierbij hebben ouders en school elkaar nodig en willen we samen optrekken.

Leren in verbinding

Doel
We ontwikkelen een verantwoorde balans tussen onderwijs en de inzet van ICT.

Computers, tablets en slimme ICT-toepassingen zijn de laatste jaren steeds belangrijker geworden in het onderwijs. Dit heeft veel positieve gevolgen. Tegelijkertijd vinden we dat de echte ontmoeting en verbinding tussen leerlingen en leraar essentieel is. ICT is daarbij altijd gericht op het faciliteren van het onderwijs. Daarom bezinnen we ons de komende jaren op principiële vragen bij het gebruik van ICT in het onderwijs. We doen pilots en experimenteren met het gebruik van ICT-middelen om zo nieuwe ervaringen op te doen. Tegelijkertijd helpen we leraren bij de toerusting en professionalisering op ICT-gebied.