Aanbod De Swaef


Het Beroepencollege

De Swaef is een Beroepencollege. Met het Beroepencollege sluiten we aan bij de voorkeurstijl van leren van onze leerlingen. De leerstijl van onze leerlingen kenmerkt zich vooral door beroepsgericht en concreet bezig te zijn in een herkenbare en beroepsgerichte omgeving. Daarom besteden we op het Beroepencollege ook veel aandacht aan de keuze die leerlingen gaan maken voor de toekomst. Eenvoudig gezegd: handen uit de mouwen en vanaf de eerste dag opgeleid worden tot een professionele vakman of vakvrouw. Leren werkt!

Kenmerken

  • 8 uur profiel oriënterend onderwijs in het eerste en tweede leerjaar
  • Tijdens deze uren zijn de leerlingen in de vaklokalen van de 5 profielen aan het werk
  • Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), waarbij o.a. aandacht is voor beroepsbeelden, competenties en interesses van de leerling

Voordelen

  • Leerlingen zijn naast de theorie ook 8 lesuren per week concreet en beroepsgericht bezig
  • Leerlingen gaan twee jaar eerder aan de slag in een echt vaklokaal
  • Het kiezen voor een profiel wordt eenvoudiger omdat leerlingen ervaring hebben opgedaan

Organisatie
In blokken van 2 lesuren oriënteren de leerlingen in leerjaar 1 zich op alle profielen. In de maand april/mei kiezen de leerlingen voor één profiel, waar ze in leerjaar 2 mee verder gaan.

Doorlopende leerlijn

Het Beroepencollege heeft in leerjaar 1 een oriënterend karakter. Wanneer de leerlingen een keuze gemaakt hebben voor één profiel, verandert dit traject in een beroepsvoorbereidende opleiding. Door goede contacten met het Hoornbeeck College kunnen leerlingen op locatie De Swaef voor specifieke beroepen via een doorlopende leerlijn worden opgeleid tot en met niveau 4. Meer informatie hierover is te vinden op de website van het Hoornbeeck College.

Beroepencollege

Op het Beroepencollege komen leerlingen vanaf het begin van leerjaar 1 in aanraking met de ‘echte’ beroepspraktijk in onze vijf profielen. Vanaf dag 1 geven we aandacht aan het toekomstige beroep van onze leerlingen. De krachtige leeromgeving van leerjaar 3 en 4 is beschikbaar voor de leerlingen van leerjaar 1 en 2. Echte praktijk tijdens de les en oriëntatie door middel van excursies naar bedrijven en instellingen en kiezen op basis van ervaring in plaats van beelden. Door intensieve samenwerking met het Hoornbeeck College zorgen we voor een drempelloze aansluiting van het Beroepencollege op het mbo. Dit geheel van kenmerken en ambities maakt ons Beroepencollege tot een uniek concept: Leren Werkt!

Mbo-opleiding op het Beroepencollege

De aansluiting op vervolgopleidingen in het mbo brengen we tot stand door gezamenlijk lessen te verzorgen in één onderwijsruimte. Hiernaast wordt er een substantieel aantal lessen in de technische sector van het mbo door personeel van het Beroepencollege gegeven. Door goede contacten met het Hoornbeeck College kunnen we de volgende opleidingen aanbieden:

  • BBL-2 en BBL-3 Bouwkunde (timmeren)
  • BBL-2 en BBL-3 Bouwkunde (metselen)
  • BBL-2 en BBL-3 Bouwkunde (schilderen)
  • BBL-2 en BBL-3 Mobiliteit (autotechnicus)
  • BBL-2 en BBL-3 Werktuigbouwkunde (plaatbewerker)
  • BBL-2 en BBL-3 Werktuigbouwkunde (verspaner)
  • BBL-2 en BBL-3 Werktuigbouwkunde (constructiewerker)
  • BBL-2 en BBL-3 Elektrotechniek (monteur elektrotechnische installaties)
  • BOL-4 Werktuigbouwkunde

Met dit gezamenlijke opleidingsaanbod is het mogelijk dat onze jongeren binnen de eigen identiteitsgebonden leeromgeving hun opleiding kunnen vervolgen op mbo-niveau. Andere voordelen van deze samenwerking zijn

  • Leerlingen kennen elkaar reeds en hebben een herkenbare identiteit
  • Zonder overstap naar een andere school is er ook geen overlap in de lesstof
  • Opleiding vindt plaats in overleg met en afgestemd op het bedrijfsleven
  • Beide colleges hebben periodiek contact met gecertificeerde leermeesters in bedrijven

Praktisch betekent een BBL-2/3 opleiding dat een leerling na het behalen van zijn vmbo-diploma nog één dag in de week op school blijft en vier dagen gaat werken bij een erkend leerbedrijf. De BOL-4 opleiding is een vierjarige dagopleiding met stage in het derde en vierde leerjaar.

Zie voor het meest actuele aanbod de website van het Hoornbeeck College.

De onderbouw

Het eerste leerjaar

In het eerste jaar van de onderbouw wordt op locatie De Swaef met een viertal instroomklassen gewerkt:

  • Vmbo-basis
  • Vmbo-kader
  • Vmbo G
  • Vmbo G-PLUS

De instroomklassen onderscheiden zich wat betreft het niveau. Voor de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg is opstroom naar een andere leerweg mogelijk. Wanneer aan de gestelde criteria wordt voldaan, wordt aan het einde van leerjaar 1 in overleg met ouder(s)/verzorger(s) bepaald of een leerling mag opstromen naar een andere leerweg.

LWOO

In de onderbouw worden de leerlingen die recht hebben op Leerwegondersteunend Onderwijs (LWOO) in een kleinere klas geplaatst. In de basisberoepsgerichte leerweg bestaan de klassen uit circa 14 leerlingen en in de kaderberoepsgerichte leerweg uit circa 19 leerlingen. Door deze grootte kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen die extra begeleiding nodig hebben bij het opnemen en verwerken van de vmbo-leerstof, deze ook krijgen.

Voor leerlingen die na het tweede leerjaar doorgaan in een basisklas en hiermee hun schooltijd dus afronden, is het mogelijk een vmbo-diploma te behalen volgens het programma van de basisberoepsgerichte leerweg. Mocht blijken dat dit toch niet haalbaar is, dan wordt gezocht naar een passend traject, waardoor de leerling toch kan doorstromen naar het mbo. Voorbeelden hiervan zijn het leerwerk traject (LWT) en het Praktijkonderwijs (PRO) op onze nevenlocatie Marnix in Dordrecht. Bij het leerwerk traject volgen leerlingen per lesweek drie dagen les en lopen zij twee dagen stage. Leerlingen ontvangen bij het succesvol afronden van de LWT-opleiding een vmbo-basis diploma met LWT-aantekening, dat recht geeft op doorstroom naar mbo niveau 2.

G en G-PLUS
Deze leerweg wordt op de meeste scholen g/t genoemd. Op het Beroepencollege hebben we het over de G en G-PLUS. Dit heeft te maken met het feit dat de leerlingen naast de gebruikelijke theorievakken van de g/t ook beroepsgerichte vakken krijgen. Ze volgen deze beroepsgerichte vakken 8 uur per week in de 5 profielen van het Beroepencollege.

De G(-PLUS) heeft de volgende voordelen:

+ Naast de g/t-theorie direct beginnen met het beroepsgerichte vak in de 5profielen
+ In leerjaar 2 verder gaan met het beroepsgerichte vak van je keuze
+ Een diploma op g/t-niveau behalen + veel beroepsgerichte kennis en ervaring
+ Goede doorstroommogelijkheden naar het mbo (BOL-4) en het hbo

G(-PLUS) is voor die leerlingen bedoeld die aan de volgende kenmerken voldoen:

+ Ze zijn zowel handig als slim
+ Ze zijn graag beroepsgericht en concreet bezig  
+ Ze weten ongeveer wat ze (later) willen worden
+ Ze hebben een basisschooladvies gt (of gt/th voor de G-PLUS)

De G-PLUS onderscheidt zich van de G:

  • Bij het vak wiskunde. De leerlingen uit leerjaar 1 en 2 krijgen wiskunde op havoniveau. De leerlingen uit leerjaar 3 en 4 doorlopen versneld het examenprogramma wiskunde op gt-niveau. Vervolgens wordt er in leerjaar 4 extra lesmateriaal op havoniveau aangeboden.
  • Door Versterkt Taalonderwijs (VeTo).

Veel van onze leerlingen komen van het basisonderwijs met een achterstand voor het vak Engels. Dit is één van de redenen geweest om tijdens het cursusjaar 2017-2018 in de G-PLUS een experiment te starten om Engels een grotere plaats te geven. Dit doen we door tijdens de lessen Lichamelijke Opvoeding en Mens & Maatschappij zoveel als mogelijk Engels te spreken. Dit wordt ook wel Versterkt Taalonderwijs genoemd (VeTo). Dit experiment zetten we door in het cursusjaar 2018-2019. Dit betekent dat bij Lichamelijke Opvoeding door de leerkracht alleen Engels gesproken wordt. Bij Mens & Maatschappij wordt Engels gesproken waar mogelijk. Op deze wijze werken we aan onze resultaten, en geven we een extra PLUS aan de gemengde leerweg.

Het tweede leerjaar

Aan het begin van het tweede leerjaar is er nog niets veranderd. Er wordt nog steeds les gegeven in dezelfde klassen als in het eerste leerjaar. De leerlingen volgen 8 uur in de week de lessen MijnBeroep in het gekozen profiel.

Lessen MijnBeroep en LOB (loopbaanoriëntatie en -begeleiding)
De mentor speelt een belangrijke rol bij de profielkeuze. Hij/zij geeft de lessen LOB en houdt in maart/april van leerjaar 1 de individuele gesprekjes met iedere leerling. Voorafgaand wordt een aantal LOB-lessen gegeven. In leerjaar 2 wordt een tweetal gesprekken gevoerd, waarbij ook reflectie op leren/leerproces en de profielkeuze aan de orde komt. Daarnaast is er overleg met de ouder(s) en/of de verzorger(s), waarna uiteindelijk een keuze wordt gemaakt. Tevens is er een voorlichtingsavond in januari voor de ouder(s)/verzorger(s) van leerlingen van het eerste leerjaar.

De bovenbouw

In het derde en vierde leerjaar van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg wordt lesgegeven in de vakken godsdienst, maatschappijleer 1, Nederlands, Engels, cultureel kunstzinnige vorming (CKV) en lichamelijke opvoeding. Daarnaast volgen leerlingen de vakken die horen bij het gekozen profiel. De Swaef biedt de volgende vijf profielen aan:

Techniek

  • Bouwen, Wonen & Interieur
  • Produceren, Installeren & Energie
  • Mobiliteit & Transport

Zorg & Welzijn

  • Zorg & Welzijn

Economie

  • Economie & Ondernemen

Stage leerjaar 3 en 4
In het derde en vierde leerjaar gaan alle leerlingen ca. 2 weken op stage. Bij enkele profielen gaan de leerlingen daarnaast gedurende een periode van enkele weken 1 dag(deel) per week op stage. Voor alle stages geldt dat de ouders/verzorgers van tevoren informatie ontvangen, waarin o.a. vermeld wordt door wie de stage wordt gecoördineerd.

Keuze voor een vervolgopleiding
Alle leerlingen uit het vierde leerjaar krijgen voorlichting over studie en beroep. Deze voorlichting ontvangen ze van de mentor tijdens mentorlessen en van de decaan. In december is er een voorlichtingsmarkt voor ouders en leerlingen uit leerjaar 3 en 4. Daarnaast voert de decaan individuele gesprekken met de leerlingen en zijn er in januari/februari spreekavonden voor ouders/verzorgers en leerlingen van het vierde leerjaar met de decaan. De leerlingen maken gebruik van ons online platform via DeDecaan.net. Hier vullen ze hun portfolio rondom hun loopbaan in en kunnen ze allerhande informatie raadplegen over vervolgopleidingen. De heer A.P. van de Minkelis is de decaan op het Beroepencollege.

In leerjaar vier registreren we via het programma Intergrip de keuze van de leerlingen voor een opleiding. MBO's zijn hierbij ook aangesloten; hierdoor is voor het hele Rijnmondgebied inzichtelijk hoe de doorstroom is en is er ook de stimulans dat de leerlingen zich op tijd aanmelden.

Bouwen, Wonen & Interieur

Het profiel Bouwen, Wonen & Interieur (BWI) begint in leerjaar 2 en loopt door t/m leerjaar 4.

Elke leerling die BWI kiest, maakt kennis met de vier profielmodules (differentiaties) van BWI. Elke profielmodule legt de basis voor een uitstroomprofiel.

In de laatste periode van leerjaar 3 en in het vierde leerjaar volgen de leerlingen keuzevakken. Door bepaalde keuzevakken te kiezen kan er, net als voorheen, ‘smal’ uitgestroomd worden in één van de vier uitstroomprofielen: bouwen, fijnhout, metselen of schilderen. Ook is het mogelijk, door verschillende keuzevakken te kiezen, meer ‘breed’ opgeleid te worden. Doordat loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) de laatste jaren een grotere plaats heeft gekregen in de opleiding, is het kiezen van hun uitstroomprofiel bij leerlingen bewuster geworden.

Hierbij een indruk wat de leerlingen kunnen verwachten, verdeeld over de uitstroomprofielen binnen BWI:

Bouwen
Bij bouwen komen de volgende aspecten aan bod: kozijnen, ramen en deuren maken en afhangen, het maken van wandjes en het leggen van plafonds. Daarnaast krijgen leerlingen te maken met ingewikkelder werk op machines, het maken van betonbekistingen, kappen en daken, meten, uitzetten en stellen.

Fijnhout/Meubelen
Als een leerling fijnhout gaat volgen, krijgt hij of zij te maken met werkplaats timmeren, kozijnen en ramen maken, interieurbetimmering en meubel maken. Machines worden veel gebruikt, maar ook het ‘ouderwetse’ handwerk wordt gedaan.

Metselen
Leerlingen krijgen bij metselen te maken met ‘vuil’ en ‘schoon’ metselwerk, met het lijmen van blokken (gips, gasbeton en kalkzandsteen), het isoleren van wanden, het maken van siermetselwerk en natuurlijk het stukadoren of tegelzetten.

Schilderen
Bij schilderen krijgen leerlingen te maken met het schilderen van nieuwe materialen en het herstellen van verflagen op bestaande materialen. Behangen is een ander onderdeel, net als het vak kleurenleer (het bij elkaar leren zoeken van kleuren), ruiten vervangen, houtrot herstellen, penseelwerk en het zetten van letters en decoraties.

Het ontwerpen van een interieur in het 3d-programma Sketchup, het tekenen van een plattegrond in Autocad of schetsen in perspectief zijn vaste onderdelen die elke leerling krijgt. Evenals theorie over bouwkunde. Ook leert de leerling werken met Excel door bijvoorbeeld een begroting en een offerte te maken. Gastlessen en excursies naar bedrijven die te maken hebben met het vak BWI zijn er ook voor ieder leerjaar.

Produceren, Installeren & Energie

In het bedrijfsleven is een toenemende vraag naar technische vakmensen die breed inzetbaar zijn. Om op deze ontwikkeling in te spelen, zijn de afdelingen metaaltechniek en elektrotechniek samengevoegd tot één profiel.

Daarnaast is ook het vak installatietechniek aan dit profiel toegevoegd. Bij het profiel PIE volgt de leerling eerst een algemeen basisprogramma en specialiseert zich daarna in het vierde jaar in één van de volgende uitstroomprofielen: metaalbewerken, verspanen, elektrotechniek of installatietechniek. Gedurende de opleiding worden de praktijkvakken ondersteund door vaktheorie, vaktekenen en tekeninglezen. Naast kennis is er ook aandacht voor andere competenties, zoals beroepshouding, communicatie en veiligheid. Door het netwerk dat wij in deze sector hebben opgebouwd, zal het vinden van een baan of vervolgopleiding voor onze leerlingen geen probleem zijn.

Tijdens de les
Tijdens de lessen in het 3e jaar krijg je de basiskennis en vaardigheden mee van zowel metaaltechniek, elektrotechniek als installatietechniek. In jaar vier ga je je specialiseren in een vakrichting en dat doe je in één van de volgende vier uitstroomprofielen:

Metaalbewerken en verspanen
Leerlingen die zich gespecialiseerd hebben in metaaltechniek, werken nu bijvoorbeeld in de scheepsbouw, de machinebouw, de landbouwmechanisatie of als onderhoudsmonteur. Om de leerlingen hierop voor te bereiden, worden ze opgeleid in het bewerken van metalen en kunststoffen. De leerlingen maken enkelvoudige werkstukken op de machines, maar ook samengestelde werkstukken, zoals bijvoorbeeld een tractor of een scooterkrik. Daarnaast werken we met een modern 3D-tekenprogramma.

In het uitstroomprofiel Metaalbewerken leer je verschillende bewerkingen, waaronder buigen, knippen, draaien, boren en lassen. De nadruk ligt hier op constructiewerk. De leerling leert ook verspanende technieken, maar zal zich vooral verdiepen in plaatwerken en constructielassen. Je kunt hier ook je NIL (Nederlands Instituut voor Lastechniek) lascertificaat halen.

In het uitstroomprofiel Verspanen leer je ook buigen, zetten, lassen boren en knippen, maar zal de nadruk liggen op draaien en frezen. Ook ga je je verder verdiepen in het werken met een CNC-draaibank en kantbank.

Elektrotechniek
Elektrotechniek kom je overal tegen: denk aan huisinstallaties, utiliteitsinstallaties, elektromotoren in treinen en auto’s, elektriciteit aan boord van schepen, de besturing van vliegtuigen en niet te vergeten de wereld van de mobiele communicatie. Ook op het gebied van energiebesparing liggen er nog veel uitdagingen. De verwachting is dat het aantal elektrotechnische toepassingen de komende jaren alleen nog maar zal toenemen. Leerlingen die zich gespecialiseerd hebben in elektrotechniek, vinden o.a. werk als elektromonteur en, afhankelijk van hun vervolgopleiding, als werkvoorbereider, tekenaar of elektrotechnisch specialist. We leren leerlingen op een veilige en efficiënte manier elektrisch schakelmateriaal en elektromotoren aansluiten. Ze leren ook hoe ze met meetinstrumenten moeten omgaan en storingen het beste kunnen oplossen. Verder wordt er gewerkt met allerlei licht- en motorschakelingen, frequentieregelaars en PLC-techniek. Ook het solderen van printplaten komt aan de orde.

Installatietechniek
Bij installatietechniek gaat het om de sanitaire installatie, zoals werk aan het drinkwaternetwerk, de cv-installatie en de afvoer. Werkgevers in de regio hebben veel werk in de installatietechniek. Het gaat dan om beroepen als loodgieter, keukenmonteur en medewerker nutsbedrijf. De keuken en badkamer in het praktijklokaal zijn geheel vernieuwd. Ook is er een moderne cv-installatie geplaatst. De leerlingen die zich specialiseren in installatietechniek leren o.a. hoe ze een wasbak moeten plaatsen, compleet met aan- en afvoer. Mede door het gebruik van moderne materialen en aansprekend lesmateriaal is het hierdoor nog aantrekkelijker geworden voor onze leerlingen!

Mobiliteit & Transport

Alles wat met vervoer te maken heeft, leer je in het profiel Mobiliteit & Transport: van een fietsband plakken tot een route voor een vrachtwagen plannen, van een motor repareren tot lampen afstellen. Je leert werken met twee- en vierwielers, met dieselmotoren en elektrische auto’s, van step tot vrachtwagen. Ook leer je vrachtwagens beladen. Centraal staat hierbij de ontwikkeling van jezelf en wat je wilt bereiken. Een klant- en servicegerichte houding en op een juiste manier kunnen communiceren is bij Mobiliteit & Transport ook belangrijk.

Tijdens je opleiding behandelen we vier vaste onderdelen, profielmodulen:

Motorconditie testen
Bij motorconditie testen leer je hoe een motor werkt en in elkaar zit.

Wielophanging en carrosserie
Wielophanging en carrosserie geeft inzicht in hoe een voertuig is opgebouwd en hoe het op de weg staat.

Verlichtings- en comfortsystemen
Bij verlichtings- en comfortsystemen leer je de basis van elektriciteit. Daarbij leer je welke verlichtings- en comfortsystemen er in de voertuigen kunnen zitten.

Transport
Het onderwerp transport geeft je inzicht in hoe je een route moet plannen en hoe je een voertuig gaat laden en lossen.

Naast deze vaste profielmodulen kies je één van de vijf uitstroomprofielen:

Autotechnicus
Je hebt interesse in auto’s, je bent handig en je houdt van sleutelen. Dan is de opleiding Autotechnicus geknipt voor jou. Tijdens de lessen werk je in een werkplaats waar je auto’s repareert en onderhoudt. Je levert vakwerk af. Je werkt bij een autodealer, een merkspecialist of een universeel garagebedrijf.

Bedrijfswagentechnicus
Je hebt interesse in bedrijfsauto’s, je bent handig en houdt van sleutelen. Dan is de opleiding Bedrijfsautotechnicus misschien iets voor jou. Als bedrijfsautotechnicus werk je in een werkplaats voor bedrijfsauto's. Je beheerst de techniek en houdt je kennis bij. Je repareert en onderhoudt bedrijfsauto's, herstelt storingen en hebt regelmatig contact met collega's en klanten.

Tweewielertechnicus

Als fietstechnicus werk je in een fietsenwinkel. Je voert in je eentje klussen uit. Je lost technische problemen op en weet precies welke gereedschappen je nodig hebt. Natuurlijk probeer je door te werken, zodat de klant nooit te veel betaalt. Daarnaast heb je contact met klanten in de winkel. Je luistert naar de vragen en adviseert over reparaties. Als fietstechnicus ben je handig en niet bang om je handen uit de mouwen te steken. Je houdt rekening met de wensen van de klant en met je collega’s.

Transport

Als vrachtwagenchauffeur zorg je ervoor dat jouw lading veilig en op tijd op de plaats van bestemming komt. Uiteraard is de lading compleet en heel als die aankomt bij de ontvanger. Het betekent dat je niet alleen een vrachtwagen goed kunt besturen, maar ook het Europese wegennet goed kent. Je moet immers de snelste (en veiligste) weg van A naar B weten te vinden. Je bent bovendien het visitekaartje van het bedrijf. Sommige chauffeurs rijden alleen in Nederland, andere chauffeurs hebben heel Europa als hun werkgebied. Je hebt contacten met je werkgever, de planner en, in een aantal gevallen, met de ontvanger. Soms sta je met pech langs de weg. Een beetje kennis van autotechniek en technische installaties is dan best handig.

Verbrandingsmotortechnicus

Je houdt van aanpakken en je hebt geen ‘9-tot-5-mentaliteit’. Je zoekt het avontuur en motoren kunnen niet groot genoeg voor je zijn. Dan is verbrandingsmotortechnicus misschien iets voor jou. Als verbrandingsmotortechnicus werk je aan verbrandingsmotoren in de beroepsvaart, pleziervaart of industrie. Denk hierbij aan scheepsmotoren, motoren voor stroomaggregaten, WKK’s in de tuinbouw en grote machines. Je pleegt onderhoud en repareert de motoren, ook mag je kleine storingen oplossen.

Met deze onderdelen ben je meer praktisch bezig en ervaar je in een levensechte omgeving hoe het is om binnen de wereld van Mobiliteit & Transport te werken.

Voor alle uitstroomprofielen geldt dat je tijdens diverse leermomenten en stages de mogelijkheid krijgt om te ervaren hoe het is om te werken in het beroep van je keuze, of om meer te weten te komen over een beroep waar je nieuwsgierig naar bent.

Als je kiest voor Mobiliteit &Transport moet je in elk geval ook examen doen in wiskunde en natuurkunde.

Zorg & Welzijn

Als je het profiel Zorg & Welzijn volgt, kun je je voorbereiden op veel beroepen in verschillende werkvelden. Je kunt kiezen voor de zorgsector, waarbij je met allerlei leeftijdsgroepen te maken kunt hebben, maar ook voor de welzijnssector.

Vanaf leerjaar 1 krijg je twee lesuren per week Zorg & Welzijn. Je leert over allerlei beroepen in de Zorg & Welzijnssector en door middel van beroepenfilmpjes en opdrachten leer je of Zorg & Welzijn bij jou past. Deze opdrachten zijn verbonden aan een beroep of beroepsgroep. Hierdoor leer je of je een bepaald beroep leuk vindt en welke eigenschappen en kennis je nodig hebt om een beroep uit te oefenen. Er is aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB). Dit helpt je om een keuze te maken voor een profiel en in de bovenbouw voor het kiezen van een vervolgopleiding of een beroep.

In het 2e leerjaar kun je al kiezen voor het profiel Zorg & Welzijn. Je start met modulen, die afgestemd zijn op het profiel Zorg & Welzijn. Deze modulen horen bij het examenprogramma en hebben de structuur van de lessen in de bovenbouw. Op deze manier leer je met de lesstof en vaardigheden om te gaan en wordt de overstap naar leerjaar 3 gemakkelijker.

In leerjaar 3 krijg je de rest van de profielmodulen Zorg & Welzijn aangeboden. Samen met de modulen uit leerjaar 2 vormen deze modulen de kennis die je nodig hebt om dit examen voldoende af te ronden. Het examen vindt plaats aan het einde van leerjaar 3. De lesstof van de profielen wordt afgesloten met het landelijke centraal schriftelijk en praktisch examen.

Door in de 4e klas te werken met uitstroomprofielen kun je tijdens het vmbo al meer gericht aan de slag. De volgende uitstroomprofielen willen we in het 4e leerjaar gaan aanbieden:

Gezondheidszorg
Als je dit uitstroomprofiel kiest, bereid je je o.a. voor op de volgende beroepen: helpende, verzorgende IG, verpleegkundige, apothekersassistente, doktersassistente, kapster, pedicure, manicure. Welzijn

Als je dit uitstroomprofiel kiest, bereid je je o.a. voor op de volgende beroepen: facilitair dienstverlener, sociaal cultureel werker, sociaal pedagogisch werker, sociaal agogisch werker, leidster kinderopvang, jeugdwerker, activiteitenbegeleidster, kapster, beveiliging, concierge, politie en als je kiest voor de vervolgopleiding Veiligheid en Vakmanschap (Veva)

Horeca en Bakkerij

Als je dit uitstroomprofiel kiest, bereid je je o.a. voor op de volgende beroepen: bakker, kok, gastheer of -vrouw, facilitair dienstverlener.

Buitenschools leren

In het eerste en tweede leerjaar worden er gastlessen verzorgd en een excursie. In leerjaar 3 en 4 loop je stage in verschillende werkvelden. Dit geeft de mogelijkheid om de opgedane kennis en vaardigheden te koppelen aan de praktijk. Deze stages zijn beroepsoriënterend en helpen je om de keuze voor de toekomst nog beter te maken.

Niveaudifferentiatie

Tijdens de lessen Zorg & Welzijn krijg je zoveel als mogelijk les in groepen van hetzelfde niveau. In de onderbouw zijn de groepen meer gemengd, vanaf leerjaar 2 wordt er een aparte G / G-PLUS klas gevormd en krijgen de basis- en kaderleerlingen nog gezamenlijk les.

Vanaf leerjaar 3 krijgen de leerlingen in aparte klassen les. Het niveauverschil wordt gemaakt door verdieping in kennis, het doen van een aantal praktijkonderzoeken en door het afsluiten van een moduleboekje met presentaties. Er zijn theorietoetsen voor verschillende niveaus. Daarnaast is de manier van lesgeven aangepast aan de verschillende niveaus.

Zodra in klas 4 met uitstroomprofielen gewerkt gaat worden, is het afhankelijk van het aantal leerlingen dat een bepaald uitstroomprofiel kiest of er nog aparte groepen gemaakt kunnen worden per niveau. Op dat moment moet tijdens de les differentiatie aangebracht worden door de lesgevende docent.

Economie & Ondernemen

Economie & Ondernemen (E&O) heeft zich als doel gesteld dat leerlingen goed voorbereid worden op een beroep in de (groot)handel of op kantoor en zo een enthousiaste werknemer of ondernemer kunnen worden. Ondernemerschap is daarom een kernbegrip en in het programma wordt dat op diverse manieren vormgegeven.

Leerjaar 1 is vooral een oriëntatie op de beroepen die je tegen kunt komen op kantoor of in de winkel. In leerjaar 2 breiden we dat uit met een aantal praktische projecten op school, zoals een verkoopmarkt. Buitenschools werken we samen met de ‘Woord en Daad’-winkel aan het Afrikaanderplein, waar leerlingen ook praktische vaardigheden op kunnen doen.

We beginnen in dit leerjaar ook al met de modules Commercieel, Secretarieel en Administratie van het examenprogramma.

Basis- en kaderberoepsgerichte leerweg

In leerjaar 3 worden (het vervolg van) de modulen Commercieel, Secretarieel, Logistiek en Administratie aangeboden. Deze modulen bieden een goede basis voor een verdere specialisatie in leerjaar 4. In dit laatste jaar houden de leerlingen zich bijvoorbeeld bezig met hun junior company, maar kunnen ze ook een keuze maken uit een drietal andere uitstroomprofielen, waarbij één dag in de week stage gelopen wordt.

E&O Retail

Iedereen die een toekomstige baan in de winkel voor zich ziet of zich vooral wil richten op creatieve vaardigheden, krijgt bij dit uitstroomprofiel de keuzevakken Presentatie & Styling, Webshop en Marketing. In de detailhandel gaat het niet alleen om het verkopen, maar ook om de presentatie van product, assortiment en winkel.

E&O Business

Het ondernemerschap wordt in dit uitstroomprofiel verder verdiept. Naast algemene ondernemersvaardigheden wordt hier aandacht gegeven aan voor toekomstige ondernemers belangrijke kennis: Financieel Administratief Beheer, Webshop en Marketing.

E&O Office

Een managementassistent, office assistent of secretaresse is de spil in een organisatie. Hij of zij weet wat organiseren inhoudt. Je zorgt voor orde in het bedrijf en laat zien dat gastvrijheid hoog in het vaandel staat. Naast het keuzevak Officemanagement volg je Financieel Administratief Beheer, Webshop en Marketing.

E&O Logistiek
Logistiek is en belangrijk onderdeel in onze economie. Zeker in een wereldhaven als Rotterdam zie je wat er allemaal nodig is om producten op de juiste tijd op de juiste plaats te krijgen. Naast het keuzevak Distributie (een vervolg op de module Logistiek) volg je de keuzevakken Webshop, Marketing en Financieel en Administratief beheer.

Gemengde leerweg en G-PLUS

In de gemende leerweg (en G-PLUS) is het aantal modulen beperkt. De modulen in het G-programma zijn Commercieel en Secretarieel. De uitstroomprofielen komen overeen met die van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, waarbij de keuzevakken Webshop en Marketing niet gevolgd hoeven te worden.

Uitgebreide informatie en de meest actuele gegevens over de opleiding Economie & Ondernemen zijn te vinden op www.economieondernemen.nl.

Bevorderingsnormen 2019-2020
Bekijk hier de bevorderingsnormen voor het cursusjaar 2019-2020.

Lessentabellen 2019-2020
Klik hier om onze lessentabellen te bekijken.