Passend Onderwijs


Leerlingen die vanuit het basisonderwijs instromen met een extra zorgbehoefte, worden vanaf het eerste moment begeleid. Ouders zullen na het opsturen van het inschrijvingsformulier – wanneer is aangekruist dat er extra zorgbehoefte is - worden uitgenodigd voor een gesprek om de specifieke hulpvraag, samen met onze Intern begeleider, goed in beeld te brengen. Het is de taak van onze school om – in overleg met ouders – te bepalen welke ondersteuning geboden gaat worden met als doel het behalen van een diploma op het niveau dat past bij de leerling.

Leerlingen die nu nog niet in staat zijn om te integreren in een reguliere groep kunnen instromen op locatie De Burcht, waar leerlingen met een cluster 4-indicatie een passende onderwijsomgeving wordt geboden op het niveau dat het meest passend is voor de betreffende leerling. Klik hier voor meer informatie over toelating.

Docententeam en adjunct-directeur
Om de informatievoorziening tussen de mentor en de andere docenten snel en makkelijk te laten verlopen, werkt het Wartburg College met docententeams. Deze teams zijn verantwoordelijk voor het onderwijs én voor de zorg die we leerlingen bieden. Ze bestaan uit ongeveer twintig docenten. De adjunct-directeur geeft leiding aan een docententeam. Hij/zij is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van een team.

Leerlingbegeleiding

Het begeleiden van onze leerlingen door docent, mentor en teamcoördinator is een belangrijk onderdeel van ons onderwijsaanbod en heeft voortdurend onze aandacht. We hechten veel waarde aan een goed mentoraat; de mentor is de spil in de begeleiding van de klas die hij elk jaar krijgt aangewezen. Hij is voor die klas zowel het aanspreekpunt voor ouder(s) / verzorger(s) als voor de leerlingen, als voor andere betrokken docenten.

Een mentor is op de hoogte van individuele omstandigheden van zijn mentorleerlingen, hij verzorgt de cijferadministratie en rapporten. Hij adviseert over de te volgen leerwegen. Daarnaast zorgt de mentor voor een goed contact met zijn leerlingen en biedt hij een luisterend oor. Hij stimuleert de leerlingen tot een goede werkhouding en draagt bij aan een goede veilige sfeer in de klas. Eén uur  in de week is ingeruimd als mentoruur. Tijdens dit uur worden leerlingen in klassenverband begeleid.

De teamcoördinator speelt een centrale rol in de afhandeling van allerlei leerlingenzaken als verlofaanvragen en absentieregistratie.

Huiswerkbegeleiding
Huiswerk maken hoort bij het voortgezet onderwijs. Voor sommige leerlingen is dat echter een moeizame bezigheid. Aan het begin van elk schooljaar worden de huiswerkregels in iedere klas besproken. Deze regels kunt u vinden op het ouderweb. De verantwoordelijkheid voor de resultaten van de leerlingen ligt als het gaat om huiswerk bij de leerling en de ouder(s)/verzorger(s).

Voor leerlingen die niet goed weten hoe ze hun huiswerk moeten plannen of niet weten wat een goede leerstrategie is, bieden we op school huiswerkbegeleiding. Tijdens deze lessen kunnen de leerlingen ook vragen om extra uitleg. De mentor meldt de leerling, in overleg met ouder(s) / verzorger(s), aan voor deze vorm van begeleiding.

 Huiswerkbegeleiding wordt gegeven voor een periode van  negen lesweken door een ervaren docent. Het doel is om deze leerling over een bepaalde drempel heen te helpen zodat hij daarna weer zelfstandig aan de slag kan. Huiswerkbegeleiding wordt op school, na schooltijd in een groep met leerlingen uit verschillende jaren gegeven. Na negen weken volgt een evaluatie. In principe moet de leerling dan zelfstandig met de hulpvraag om kunnen gaan. Bij uitzondering kan er nog een periode van negen weken begeleiding gegeven worden.

Huiswerkklas
Een plaatsje in de huiswerkklas houdt in dat de leerling onder toezicht van een docent huiswerk maakt op school. De mentor spreekt met de leerling een of twee uren af en geeft deze uren door aan de teamcoördinator. De teamcoördinator noteert de uren in Present en de docent in de huiswerkklas noteert of de betreffende leerling is geweest.

Leerlingen die qua cijfers niet voldoen aan de overgangsnorm, kunnen door de docentenvergadering worden verplicht tot het volgen van huiswerkuren. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouder(s)/verzorger(s).

Steunlessen Engels en Nederlands

Leerlingen die te laag scoren bij de citotoetsen van Engels en Nederlands in klas 1 en 2, worden het eerste of tweede halfjaar ingedeeld voor steunles Engels of Nederlands. Deze steunlessen zijn verplicht en zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat leerlingen minimaal het vereiste niveau beheersen. In deze wekelijkse steunles is een docent aanwezig die leerlingen ‘bijspijkert’.

Begeleiding bij het kiezen van een profiel, studie of beroep
Bij het kiezen van een profiel (in het tweede leerjaar van de mavo en in het derde leerjaar van de havo en het vwo) werken mentor en vakdocenten samen om de leerling te helpen. Bij dit keuzeproces –en bij de keuze voor een vervolgopleiding of een beroep– is ook de schooldecaan nauw betrokken. De decaan verzorgt keuzebegeleidingslessen, organiseert voorlichtingsavonden, voert persoonlijke gesprekken met leerlingen en kan een school- of beroepskeuzetest afnemen.

Opvang nieuwe leerlingen
Nieuwe brugklasleerlingen maken al in juni voorafgaand aan hun eerste schooljaar op het Wartburg College een middag kennis met hun klas en de mentor. Tijdens die middag worden ook pasfoto’s van de nieuwe leerlingen gemaakt. Aan het begin van het nieuwe schooljaar wordt hen een introductieprogramma aangeboden.

Begeleiding van leerlingen met een lichamelijke handicap/langdurige ziekte
Voor leerlingen met een lichamelijke handicap en/of een langdurige ziekte, waardoor het schoolgaan belemmeringen oplevert en er eventueel aanpassingen nodig zijn om het schoolprogramma te doorlopen, bieden we ondersteuning in de vorm van faciliteiten en begeleiding door een ambulant begeleider.

Individuele leerlingbegeleiding
Ouder(s)/verzorger(s) kunnen bij de aanmelding voor de brugklas al aangeven dat aanvullende ondersteuning nodig is voor hun (pleeg)kind. Deze begeleiding is bedoeld voor leerlingen (vaak met een diagnose zoals AD(H)D of een vorm van autisme) die extra ondersteuning nodig hebben bij:

  • Het opschrijven van huiswerk in de agenda;
  • het plannen van het huiswerk;
  • het starten en bezig blijven met huiswerk maken en / of leren;
  • het overzien van activiteiten, anders dan de gewone lessen;
  • het zich prettig voelen op school;
  • het goed laten verlopen van contact met klasgenoten en docenten.

Individuele leerlingbegeleiding kan bestaan uit:

  • ondersteuning bij het overzien, ordenen, plannen, maken en leren van huiswerk;
  • ondersteuning bij het welbevinden van de leerling;
  • ondersteuning bij het overzien van activiteiten anders dan de gewone lessen.

Wanneer bij de start van de brugklas al duidelijk is dat extra ondersteuning nodig zal zijn, zal er voor de zomervakantie een gesprek plaatsvinden tussen ouder(s)/verzorger(s) en school over de wenselijke begeleiding.

Zorgadviesteam (ZAT)
Het kan ook zijn dat ouder(s)/verzorger(s) samen met de mentor tot de conclusie komen dat een leerling meer ondersteuning nodig heeft dan de docenten kunnen bieden. In die situatie kan het zorgadviesteam (ZAT) worden ingeschakeld. Het ZAT is een multidisciplinair team dat elke twee weken de leerlingen bespreekt die zijn aangemeld. De mentor of adjunct die de leerling heeft aangemeld, licht toe wat de situatie is en welke hulpvraag er is. Dit kunnen leerlingen zijn met ernstige leer- of gedragsproblemen, dyslexie, faalangst, een gebrek aan sociale vaardigheden of hoogbegaafdheid. Binnen het team wordt besproken welke ondersteuning of vervolgstap passend kan zijn. Dit kan binnen de school gebeuren, maar ook extern met hulpverlening, waarna doorverwijzing plaatsvindt. De aanmelder overlegt met de leerling en ouder(s)/verzorger(s) wat in het ZAT besproken is. Elke locatie beschikt over een zorgadviesteam waarin onder andere een orthopedagoog en een schoolmaatschappelijk werker zitting hebben.

Meer informatie over de zorg op school kunt u inwinnen bij de zorgcoördinator, mevrouw L.E.A.M. Verkade-Boerema (LEAMVerkade@wartburg.nl).

Dyscalculie
Leerlingen met dyscalculie hebben (ernstige) rekenproblemen. Zij kunnen daarvoor extra begeleiding in de vorm van hulpmiddelen en gesprekken krijgen.

Dyslexie

Een leerling met dyslexie heeft ernstige en hardnekkige problemen bij de automatisering van het lezen en/of de spelling. Dyslectici hebben, ook als zij extra hulp krijgen, moeite met foutloos en vlot leren lezen en spellen. Ook hebben zij moeite met het leren lezen en spellen in de moderne vreemde talen, zoals Engels, Duits en Frans.

Dyslexie komt voor bij alle niveaus van intelligentie. Leerlingen met dyslexie kunnen wat betreft schoolprestaties achter blijven bij het niveau dat van hen verwacht mag worden.

Onze school biedt aanpassingen voor deze groep leerlingen in de vorm van een (voorlopige) blauwe of (definitieve) groene kaart. Daardoor weet de docent dat deze leerlingen recht hebben op een aantal aanpassingen, namelijk:

  • in beoordeling: zogenaamde dyslexie fouten, zoals spellingsfouten, worden niet of in mindere mate meegerekend; hiervoor zijn per vak afspraken gemaakt;
  • in tijdsverlenging: 25% bij so's & repetities en een half uur bij toetsen & examens.

De ondersteuning/begeleiding voor de leerlingen die mogelijk dyslexie hebben, bestaat eruit dat in de brugklas medio oktober t/m april één keer per week geoefend wordt met begrijpend lezen en spelling in een groep van maximaal vier leerlingen. De leerlingen met vastgestelde dyslexie oefenen in de brugklas en in het tweede jaar één keer per twee weken in groepjes van maximaal vier leerlingen, zowel met eigen werk als met werk dat de begeleider geeft. In klas 3 wordt aan het begin van het cursusjaar aan leerlingen met dyslexie uitgelegd dat ze zelf een afspraak kunnen maken met de dyslexie-begeleiders wanneer ze vastlopen bij opdrachten, zoals presentaties, boekverslagen, enz.

Het initiatief tot hulp ligt vanaf de derde klas bij de leerling zelf.

Faalangstreductietraining
We spreken van faalangst als de spanningen die de leerling ervaart zo groot zijn, dat de resultaten minder zijn dan gezien de intelligentie verwacht mag worden. Leerlingen zijn dan bang dat ze niet meer over de kennis beschikken die ze nodig hebben om de toets, overhoring, spreekbeurten, presentaties, goed te kunnen maken. Leerlingen met faalangst stellen aan zichzelf te hoge eisen; ze vinden het erg belangrijk om goede resultaten te behalen. Ook kan de verwachting van ouder(s)/verzorger(s) een rol spelen.

De training bestaat uit individuele gesprekken. Onderdelen zijn studiegedrag, oefeningen maken en praten over het eigen gedrag. Met de leerling wordt onderzocht welke gedachten en gedrag hij/zij heeft in een bepaalde situatie en welke gevolgen dat heeft. Besproken wordt of de angst die in een bepaalde situatie ontstaat, reëel is. Er wordt geoefend door alternatieve gedachten en gedragsveranderingen voor te stellen.

Sociale Vaardigheid Training
De SOVA training is een training in sociale vaardigheden in een groep leerlingen. Onderdelen zijn: luisteren naar een ander, gevoelens herkennen en reageren op kritiek, plagen en pesten. De leerling krijgt uitleg, oefent door middel van rollenspelen en maakt huiswerkopdrachten. De training is bedoeld voor leerlingen met beperkte sociale vaardigheden.

Criteria voor deelname:

  • een leerling ervaart problemen in contact met klasgenoten of docenten;
  • leerling en/of ouder(s)/verzorger(s) en docenten herkennen gedragskenmerken die passen bij leerlingen met beperkte sociale vaardigheden, zoals teruggetrokken of juist opvallend gedrag.